Welkom, u kunt hier Inloggen of Registreer

Edam-Volendam Opinie

U bent hier: HomeForum home → Onderwerpen → Maatschappij → Thread

   

Margareth Runderkamp als Gods gift aan de SKOV

Totaal aantal reacties: 212

Geregistreerd 2014-02-03

PM

In opperste verbazing las ik het interview van Eddie Veerman met SKOV-bestuurder Margareth Runderkamp in de Nivo. Eddie, die ik toch ken als een getalenteerd en streetwise interviewer lijkt slaafs aan de voeten van Margareth te hebben gezeten om vol bewondering haar verhaal op te schrijven hoe goed ze wel is. Had hij haar niet moeten behoeden voor dit volstrekt narcistische betoog dat vooral gaat over de voortreffelijkheid van Margareth? Wie zich op de wijze van Margareth in een krant wendt tot het publiek en daardoor een publieke persoon wordt, zal rekening moeten houden met kritiek. Daar heeft ze moeite mee.

In het laatst bekende rapport van de Onderwijsinspectie haalt DBC een mager genadezesje. De school die ooit het predicaat ‘excellent’ kreeg, bungelt nu in het rijtje van de degredatiekandidaten die fors moeten investeren om weer mee te kunnen doen op het niveau waarop goed onderwijs wordt gegeven. Dat is Margareth wel toevertrouwd. Ze gaat het onderwijspersoneel in hun kracht zetten. Ze schrikken soms van haar, bekent ze: “Ik zie wel eens dat leerkrachten huiverig zijn wanneer ik binnenkom. Ik breng misschien wat energie mee.” Ja, energie heeft ze, dat blijkt uit iedere alinea van het interview. Maar is dat de reden waarom leerkrachten huiverig worden, of is het haar inmiddels gevestigde reputatie in de organisatie.

Heeft ze het laatste inspectierapport wel gelezen? Ik vrees van niet wanneer ik lees: “Wat zou ons aanbod moeten zijn, hoe blijven we met dat aantal leerlingen een excellente school met een fantastisch aanbod.” “Hoe blijven we een excellente school”, is geen erg realistische vraag. Onder Schermer en Braakman is de school behoorlijk afgezakt en die twee mensen spelen nog steeds een belangrijke rol in de organisatie. 

Transactionele analyse

In het interview schildert ze zichzelf af als deskundige in Transactionele Analyse. Dat is in Nederland vooral bekend geworden door het veel gelezen boek: ‘Ik ben o.k, jij bent o.k’. Het is in feite een communicatietheorie waarin mensen drie posities kunnen innemen. Als je als ‘ouder’reageert, kun je bij de ander het ‘kind’ oproepen dat zich verzet omdat de ouder een ‘niet o.k’ boodschap afgeeft. De oplossing ligt in het elkaar als volwassene benaderen en elkaar te respecteren. Het is zowel een zinvolle als tekortschietende theorie. Critici verwijzen vooral naar de versimpeling van wat er tussen mensen gebeurt.

Margareth blijkt in het interview een overtuigd aanhanger te zijn van het model. Dat betekent dat ze vooral ‘ik ben o.k, jij bent o.k-boodschappen’ aan haar omgeving zou afgeven. Dat kan ook een trucje worden, daar kom ik later op terug. Uit het interview blijkt niet dat ze het consequent toepast. Het incident met de onterecht ontslagen ITC-medewerker. Laat dat zien. Bij consequent toegepaste Transactionele Analyse zou het nooit tot ontslag zijn gekomen. Terugkijkend op de gebeurtenis zegt ze dat de kantonrechter bevestigde dat ze eigenlijk wel gelijk had en er verder van heeft geleerd. Hier kiest ze de positie van de ouder. De ICT’r was niet o.k. Wat ze ervan heeft geleerd, lezen we niet. Ik vroeg me af wat iemand met zoveel ervaring als Margareth nog zou moeten leren om te voorkomen dat ze zo’n merkwaardige fout maakt.

Ook haar critici zendt ze een ‘niet o.k-boodschap’. Die mensen leven in het verleden, zegt ze:  “Als je dan de stukken op sociale media ziet, het zijn maar een paar mensen die schrijven, maar dat komt voort uit een machtsfactor uit het verleden. Ik heb ook begrepen dat er meerdere stukken klaarliggen om op geëigende momenten weer de sociale media te worden ingeschoten. Ik hoop dat mensen die dat lezen het op de juiste waarde kunnen schatten.”

Dat mensen schrijven uit betrokkenheid en bezorgdheid ontgaat haar volledig. Ze zijn ‘niet-o.k’, is haar boodschap en hoopt dat de mensen die zulke dingen lezen dat begrijpen.

Een kind is een onbeschreven blad

Toen ik dat las in haar interview, schrok ik helemaal. “Vanuit de filosofie dat we allemaal als onbeschreven blad worden geboren, dat je als kind heel kwetsbaar bent, continue je omgeving observeert en jezelf gedrag aanleert dat jou helpt in de situatie waarin jij verkeert”, zegt ze.  Een bestuurder die leiding geeft aan een grote onderwijsorganisatie en haar visie in die organisatie wil planten, zou een gezonde pedagogische visie moeten hebben. Die heeft ze duidelijk niet. Met haar visie behoort ze tot een kleine minderheid in onderwijsland. In de pedagogie woedt al decennia het ‘nature-nurture-debat’. Daarbij gaat het om de vraag: hoeveel heeft een kind bij de geboorte meegekregen en hoeveel is aangeleerd. Tegenwoordig gaat het debat richting verzwaring van het aandeel ‘nurture’. Daarbij gaat het niet alleen om wat een kind aan eigenschappen van de ouders heeft geërfd, maar ook om wat een kind via epigenese heeft meegekregen van de ervaringen van de ouders.

Dat een kind een ‘onbeschreven blad’ is, kan worden bestempeld als een extreme opvatting die bij consequente toepassing in een onderwijsmodel tot ongewenste resultaten kan leiden. Een kind moet leren omgaan met wat het heeft geërfd.

Over de centen en organisatie

De SKOV is rijk geworden door zuinigheid en efficiency. Op bovenschools niveau door een lage overhead en op financieel niveau door het postcodemodel. Ouders kunnen niet kiezen voor een school, ze krijgen door de SKOV een school toegewezen. Daardoor is het de SKOV gelukt om altijd een zeer hoge bezettingsgraad te realiseren die financiële voordelen gaf. Margareth bekritiseert dat model niet. Ze neemt het over en trekt daar de conclusie uit dat de scholen identiek moeten zijn en hooguit marginaal een eigen identiteit kunnen hebben. Ouders kunnen niet voor zo’n identiteit kiezen. Scholen mogen onderling niet veel van elkaar verschillen en dat betekent dat ouders ook niet kunnen kiezen voor verschillende onderwijsmodellen zoals bijvoorbeeld een Vrije School of Montessorischool. Wie dat wel wil moet kiezen voor een school buiten de SKOV. Met kleine kinderen is zo’n keuze niet gemakkelijk. Nagenoeg alle jonge kinderen komen dan ook terecht op zo’n eenheidsworstenschool. Pas bij de keuze voor Voortgezet Onderwijs wordt zichtbaar dat ouders steeds vaker de SKOV de rug toekeren.

Het postcodemodel is in feite een dwangmodel dat ouders geen keuze laat. In een samenleving als de huidige is dat een onvoorstelbare situatie. Transactioneel geanalyseerd is het dwingelandij die de vrijheid ernstig beperkt. De critici van dit model zijn dus ook ‘niet-o.k’. Degene die financieel profiteert van het model is de SKOV. Het is ook niet kindvriendelijk.

Over de kritiek op het toezichthoudend bestuur laat Margareth zich niet uit. Toch is die kritiek zeer gefundeerd en mede gebaseerd op is op de ‘code goed bestuur’ van de onderwijsraad voor VO. De zittingstermijnen worden bij de SKOV overtreden en Inge Schermer had nooit geen bestuurslid mogen worden.

Een narciste als bestuurder

De goede lezer van het interview kan niet echt uit onder de conclusie dat Margareth zichzelf geweldig vindt. Als ze in de spiegel kijkt ziet ze een geweldige vrouw met een fantastische visie. Waar ze ook komt veranderen dingen en dat vindt ze geweldig. Ze krijgt ook overal complimenten. Regelmatig raakt ze verrukt wanneer ze bloemen ziet opschieten uit het zaad dat ze heeft gestrooid.

Narcisten schoppen het nog al eens tot directeur of bestuurder. Ze leunen altijd op een trouwe aanhang die de narcist (met enige overdrijving mijnerzijds) ziet als Gods vertegenwoordiger op aarde. Die trouwe aanhang wordt gekweekt. Wie niet meegaat in de aanbidding, wordt verwijderd. Narcisten doen niet aan transactionele analyse. In dat model zijn ze altijd ‘de ouder’ die geen kritiek duldt. Critici zijn voor de narcist ‘niet-o.k’. De narcist laat weinig ruimte voor andere opvattingen dan de zijne/hare. Zijn/haar visie is dominant. Die functioneert vooral in haar eigen directe omgeving die haar een machtsbasis verschaft. Ze steunen haar in het scheppen van een hiërarchische organisatie waarin haar spelregels dominant zijn. Zo houdt een narcistisch bestuurder controle. Een van de eerste dingen die Margareth deed was de overhead flink uitbreiden.

Ik kan me voorstellen dat leerkrachten huiverig worden. Wie het nog niet helemaal beseft, zal aan zijn water voelen dat er iets niet klopt. Bezie het vanuit de kennis over narcisme. Is mijn boodschap. De Transactionele Analyse van Margareth heeft veel weg van een manipulatief trucje van iemand die het in haar eigen voordeel gebruikt. Transactionele Analyse in de handen van een narcist leidt onafwendbaar tot ongelukken. Al was het alleen maar omdat ze bij aankomst niet de beschadigde organisatie als uitgangspunt nam maar haar discussiabele onderwijsvisie op de organisatie drukt.

Ik ga voorspellen dat het de komende jaren niet goed zal gaan met de SKOV. Kwalitatief goede mensen zullen gaandeweg de organisatie verlaten. De blijvenden zullen apathischer worden en zich gedekt houden. Het verschil tussen ideaal en werkelijkheid zal steeds schrijnender worden.
Ik deel uitgaande van mijn eigen overwegingen de slotconclusie van oud-leraar Jos Koenen die zijn betoog besluit met het oordeel dat Margareth moet opstappen.

 

 

 

     

Totaal aantal reacties: 212

Geregistreerd 2014-02-03

PM

De reactie waarvan je wist dat die zou komen op Groot-Waterland nadat iemand een link naar dit artikel plaatste:

“TNM 20 juni 2019 20:36 uur
19
Ik heb het even bekeken en was er na een sec of 10 wel uit:
Het aloude Louter-riedeltje, met zijn vermeende deskundigheid, daar waar zijn eigen incasseringsvermogen zwaar te wensen over laat gaat ie uiteraard met gestrekt been in op de persoon Runderkamp.
Ze zou een narcist zijn.
Daar heeft ie zelf natuurlijk helemaal geen last van. (sarcasm mode off)”

Nb
Deze reactie is inmiddels een dag later verwijderd door de beheerder van Groot-Waterland

     

Totaal aantal reacties: 355

Geregistreerd 2014-01-17

PM

Ik ben zo vrij het artikel van J. Koenen hieronder te plaatsen.
Het zal niet de eerste keer zijn dat er info van internet verdwijnt
omdat bepaalde krachten dat eisen.
Bij EV-Opinie staat het veilig.


18 juni 2019 | categorie: Edam-Volendam | bron: Jos Koenen

Met veel aandacht las ik de ‘Openbaringen’ van mevrouw Margareth Runderkamp in de Nivo van 12 juni jl. Daarbij ging mijn aandacht niet zo zeer uit naar het welbevinden van Wim Jonk, Jacqueline Molenaar en andere personen, die totaal niets met het Don Bosco College van doen hebben. Ook was ik niet primair geïnteresseerd in het privéleven van Margareth. Nee, ik zocht naar zaken die expliciet de school aangaan en kwam daarbij maar summier aan mijn trekken.

Laat ik eerst zeggen waarom ik dat stuk van en over mevrouw Runderkamp met aandacht wilde lezen. Daarvoor moet ik terug in de geschiedenis, naar het jaar 1984. Ik werkte toen al bijna tien jaar voor de SKOV en had daarnaast een deelfunctie bij het ministerie van Onderwijs, met als taak de schoolplannen en examenprogramma’s van de oude LHNO en de oude MAVO te harmoniseren, ten einde ‘doorstroming’ mogelijk te maken. Juist in dat jaar kreeg het toenmalig bestuur van de SKOV in Den Haag een huzarenstuk voor elkaar. Men mocht in Volendam een Havo en een Atheneum realiseren, maar wel met een belangrijke voorwaarde: de Maria Goretti LHNO en de Don Bosco Mavo moesten eerst fuseren.

Dat waren dus twee grote opgaven: twee docententeams en twee oudergeledingen, die bijna volledig afzonderlijk van elkaar hadden geleefd en gewerkt, nu samensmeden en daarnaast de didactische en vakinhoudelijke inrichting van een Havo en een Atheneum gestalte geven. Dit nog even los van het organiseren van locaties. Een super zware opdracht dus. Het bestuur heeft toen in haar wijsheid besloten een ‘stuurgroep’ in het leven te roepen, die dit allemaal moest uitwerken. Mede vanwege mijn rol in de schoolleiding van de Maria Goretti en mijn werkzaamheden in die ministeriele adviesgroep werd mij gevraagd zitting te nemen in deze stuurgroep.

Vrijwel direct daarop diende zich nog een derde opgave aan: doordat er nu in Volendam een brede scholengemeenschap zou komen, werd de uitstroom van Volendamse kinderen naar elders in de regio vermoedelijk beperkt. Hierdoor kwam met name het Waterlant College in Amsterdam in de problemen. Daar zouden klappen vallen in de vorm van ontslagen. Onze nieuwe school was moreel verplicht om overtollige docenten van het Waterlant over te nemen. Er moest dus één hecht docententeam gevormd worden uit drie groepen, die elkaar nog niet goed kenden.

In 1985 ging het Don Bosco College van start. Eerst nog in de oude gebouwen, maar mede dankzij handig manoeuvreren van het gemeentebestuur wat betreft de oude gebouwen – met name door wijlen wethouder Siem Veerman (Lut) – kwam al vrij snel daarna de nieuwbouw aan de Heideweg tot stand. Uiteraard kenden we wel startersproblemen, maar daar sloegen we ons doorheen. Het sterkste staaltje was het aaneen smeden van de vroegere separate docententeams. Er begon een superteam te ontstaan dat zich kon meten met landelijke niveaus.

De grootste krachtmeting die het Don Bosco College heeft moeten meemaken was de Nieuwjaarsramp van 1 januari 2001. Het waren voornamelijk leerlingen van onze school, die daarbij lichter, zwaarder tot zeer zwaar gewond raakten, ja zelfs overleden. Geen enkele school in Nederland had dit eerder meegemaakt. In eerste instantie kregen we ‘professionele hulp’ van buiten, maar uiteindelijk hebben we met ons eigen team en onze leerlingen alles zo goed mogelijk kunnen verwerken. En hopelijk zijn we met al onze fouten en tekortkomingen er toch in geslaagd om weer continuïteit in het schoolleven te krijgen. Hierbij nog een compliment aan oud-leerlingen, die een hulpprogramma startten en brandslachtoffers hielpen om de achterstand in de aanloop naar de eindexamens in te halen. Geweldig!! Ik denk dat we door alle aandacht in de regio en de wijze waarop de school uit de put kroop, een flinke toeloop hebben gekregen van leerlingen van buiten Volendam.

Ik heb me wel eens afgevraagd of we toen al niet te groot werden. We groeiden van ca. 1100 naar tegen de 1700 leerlingen. In het laatste jaar voor mijn pensioen zag ik daar de problemen van komen: door de massaliteit ontstond een gebrek aan overzicht op de orde. Ook bemerkte ik bij de grote instroom van nieuwe docenten soms wat te weinig ondersteuning op onderwijskundig vlak. Ik ergerde me eraan dat het ‘uit de klas sturen’ af en toe meer regel dan uitzondering was. De woorden van Jezus ‘laat de kindertjes tot mij komen’ werden verkeerd uitgelegd door ze ‘weg te sturen’. In 2008 ging ik met pensioen en kon me helemaal op zee uitleven. Dat nam niet weg, dat het wel en wee van de school me toch bleef interesseren.

Ondertussen werd bouwkundig ingespeeld op die massaliteit en werden er voor grote sommen geld nieuwe lokalen en ‘groot-keukens’ bijgebouwd. Die eerste uitbreiding was nog te verantwoorden. De uitbreidingen daarna niet meer. De prognoses gaven daarvoor geen betrouwbare onderbouwing. Er werd denk ik, te weinig rekening gehouden met het in de toekomst teruglopend aantal aanmeldingen. Een voormalig en/of huidig bestuur had toch aan de hand van de geboortecijfers enige terughoudendheid kunnen betrachten, temeer daar in de nabijheid van de school tijdelijke huisvesting mogelijk was in overtollige basisschoollokalen. Maar niet alleen de geboortecijfers liepen terug, dat gold ook voor de eindexamencijfers en de slagingspercentages. En juist dat is voor een school dodelijk.

De roem van elke school is af te lezen aan de scores van ‘slagen’, afgezet tegenover het landelijk en regionaal gemiddelde. Het Don Bosco College zakte terug. Er werden zelfs gepensioneerde leerkrachten teruggehaald om zittende collega’s te ondersteunen. Kortom de school begon in nood te verkeren. De redding zou dus komen met de komst van mevrouw Margareth Runderkamp. Ook al was ik met pensioen, toch volgde ik de ontwikkelingen met veel interesse; mijn onderwijsbloed kroop waar het niet gaan kon. Tot en met haar ‘Openbaringen’, van vorige week, voornamelijk bestaande uit managementjargon, op eenvoudige lieden als ik overkomend als abacadabra. Maar één zinnetje greep mij dusdanig aan, dat ik nu in de pen ben geklommen, in plaats van in de mast van de VD 10.

Mevrouw Runderkamp trad anderhalf jaar terug aan om orde op zaken te stellen. Althans, dat was de verwachting. De realiteit is helaas anders. Zij heeft zich sindsdien binnen en buiten het onderwijs – en dan met name op het DBC – vooral onderscheiden als iemand die over dictatoriale kwaliteiten beschikt. Volgens mij is de belangrijkste zin in haar gewraakte artikel van vorige week namelijk: ‘’Ik zie wel eens dat leerkrachten huiverig zijn, wanneer ik binnenkom”. Nou dat is niet voor niets en het zegt genoeg. Zoals eerder in de Nivo beschreven heeft mevrouw Margareth voor grote onrust onder de teams en ook onder de ouders gezorgd.

Binnen het personeel heeft zij goede krachten als Johan Molenaar en John Laagland weg willen zuiveren, wat deels is gelukt. Het toppunt kwam enkele weken geleden met het afserveren van DBC-rector Jaap Braakman. Jaap heeft met name in de periode van de brand uitermate veel en goed werk verzet, om de continuïteit van de school en de ondersteuning van de leerlingen te waarborgen. Een deel van zijn koninklijke onderscheiding heeft hij daarmee verdiend. Om hem nu te ‘demoveren’ van rector naar ‘zorgcoördinator’ is beneden alle waardigheid. Als Jaap in de ogen van de bestuurder en ook de Raad van Toezicht te licht bevonden is om de huidige problemen op te lossen, dan was daar vast een charmantere oplossing voor te bedenken geweest.

Door al deze ingrepen is er binnen het onderwijskundig en ondersteunend personeel een ware angstcultuur ontstaan, die zijn weerslag vindt in het vertrek van zittende docenten, die voor de bui uit een beter onderkomen zoeken. Als gevolg van het teruglopen van de kwaliteit van de school was het ook al merkbaar, dat veel ouders hun kinderen buiten de regio inschreven. Dit zorgwekkende verschijnsel zal alleen maar toenemen door de onrust binnen de school.

Hoe heeft mevrouw Runderkamp die dictatoriale macht kunnen opbouwen? Ik moet hierbij gelijk denken aan het beroemde verhaal van Damocles. Deze jonge man was uit de kast gekomen en wilde van zijn ‘bijslaap’ Dionysius, de tiran van Syracuse, gedaan krijgen dat hij ook eens een dag op de troon mocht zitten. Toen hij de voorwaarde hoorde, een zwaard aan een paardenhaar boven zijn hoofd, bedankte hij voor de eer. Wat heeft dat nu met mevrouw Runderkamp te maken? Door de zittende Raad van Toezicht terug te brengen van 7 naar 5 toezichthouders, heeft zij de paardenhaar verwisseld voor een staaldraad. Haar macht op de ‘bestuurstroon’ neemt toe naarmate het toezicht vermindert. Na wat huiswerk en het aanboren van enkele zeer betrouwbare bronnen leerde ik dat van het bestuur de meeste leden eigenlijk al ‘over de datum’ zijn.

Na deze uitleg over personele strapatsen van mevrouw Runderkamp wil ik het nog even hebben over haar financiële aantekeningen van vorige week. Zij stelt in de laatste kolom dat de SKOV € 5 miljoen aan reserves heeft, die ter vrije besteding zijn en daarnaast € 19 miljoen aan reserves, die bestemd zijn voor het onderwijs. Zij deelt mee dat die € 5 miljoen is voortgekomen uit rente-opbrengsten van beleggingen en dat die € 19 miljoen is overgehouden van niet uitgegeven overheidssubsidies voor het onderwijskundig ‘bedrijf’.

Dat ligt toch even anders. Van die € 19 miljoen is namelijk € 10 miljoen, door deskundig financieel beleid in het verleden, eveneens voortgekomen uit beleggingsopbrengsten. Mevrouw Runderkamp wekt de indruk, dat er destijds € 19 miljoen opzettelijk niet is uitgegeven aan het onderwijs. Als er geen rente-beleggingsopbrengsten over het beheer van de onderwijssubsidies zouden zijn geweest, dan zouden de vrije reserves van de basisscholen en het DBC samen inderdaad slechts € 5 miljoen hebben bedragen. In werkelijkheid is het echter zo dat in de jaren dat er sprake was van een vrijwilligersbestuur, de kosten voor administratie en beheer lager waren dan de rijksvergoeding. Daardoor kon er extra geld aan het onderwijs worden besteed. Door de opzet van een zwaar opgetuigde bestuursorganisatie onthoudt mevrouw Runderkamp nu echter jaarlijks een slordige €1 miljoen aan de besteding voor het onderwijs.

Ze is er mijns inziens wel degelijk van op de hoogte dat de rente-beleggingsopbrengsten € 15 miljoen hebben bedragen. Maar zij verzwijgt € 10 miljoen om haar handen vrij te hebben voor de besteding van de in haar ogen overtollige reserves, bijvoorbeeld ter bekostiging van een in haar visie ‘broodnodige’ topzware organisatiestructuur. Met die reserves zou het bestuur echter ook tot in lengte van jaren ruimhartig kunnen handelen bij het beschikbaar stellen van extra gelden voor het onderwijs in zijn geheel. En het geld kan ook worden aangewend door niet zo krampachtig om te gaan met de door te voeren bezuinigingen ten gevolge van de inkrimping van het DBC .

Waarom nu deze reactie van mij? Net als met de restauratie en het in de vaart houden van de VD10 heb ik aan de vorming, de continuïteit en de kwaliteit van het Don Bosco College veel energie en liefde besteed. Nu ik zo oud geworden ben, roept iedereen om me heen ‘loslaten’. Dat kan ik moeilijk. Daarom ben ik na de verkoop van de VD10 toch als schipper aan het roer gebleven en bezie ik ook met grote aandacht het wel en wee van het onderwijs in het algemeen en het Don Bosco College in het bijzonder, met als onderliggende drive om zowel het schip de VD 10 als die school voor Volendam te behouden. Daarbij staat een koers zoals mevrouw Runderkamp die vaart en kennelijk wil voortzetten in de weg. Daarom wil ik haar vragen per direct het roer uit handen te geven en met haar afmonstering de verdere teloorgang van onze prachtige onderwijsvoorziening(en) te voorkomen.

Drs. Jos Koenen, schipper naast God



     

Totaal aantal reacties: 212

Geregistreerd 2014-02-03

PM

Fred, dit is helaas een inmiddels aangepaste versie. In het oorspronkelijke bericht was een overzicht opgenomen van alle leden van het toezichthoudend bestuur, per persoon voorzien van kritische opmerkingen over de juistheid van de zittingsduur en belangenverstrengeling.

Mocht kennelijk niet van Piet Reijers als moderator.

     

Totaal aantal reacties: 355

Geregistreerd 2014-01-17

PM

Hier dus het origineel waar webmaster Piet Reijers van Groot-Waterland in heeft zitten knoeien:

Jos Koenen over mevrouw Margareth Runderkamp
18 juni 2019 | categorie: Edam-Volendam | bron: Jos Koenen

Met veel aandacht las ik de ‘Openbaringen’ van mevrouw Margareth Runderkamp in de Nivo van 12 juni jl. Daarbij ging mijn aandacht niet zo zeer uit naar het welbevinden van Wim Jonk, Jacqueline Molenaar en andere personen, die totaal niets met het Don Bosco College van doen hebben. Ook was ik niet primair geïnteresseerd in het privéleven van Margareth. Nee, ik zocht naar zaken die expliciet de school aangaan en kwam daarbij maar summier aan mijn trekken.

Laat ik eerst zeggen waarom ik dat stuk van en over mevrouw Runderkamp met aandacht wilde lezen. Daarvoor moet ik terug in de geschiedenis, naar het jaar 1984. Ik werkte toen al bijna tien jaar voor de SKOV en had daarnaast een deelfunctie bij het ministerie van Onderwijs, met als taak de schoolplannen en examenprogramma’s van de oude LHNO en de oude MAVO te harmoniseren, ten einde ‘doorstroming’ mogelijk te maken. Juist in dat jaar kreeg het toenmalig bestuur van de SKOV in Den Haag een huzarenstuk voor elkaar. Men mocht in Volendam een Havo en een Atheneum realiseren, maar wel met een belangrijke voorwaarde: de Maria Goretti LHNO en de Don Bosco Mavo moesten eerst fuseren.

Dat waren dus twee grote opgaven: twee docententeams en twee oudergeledingen, die bijna volledig afzonderlijk van elkaar hadden geleefd en gewerkt, nu samensmeden en daarnaast de didactische en vakinhoudelijke inrichting van een Havo en een Atheneum gestalte geven. Dit nog even los van het organiseren van locaties. Een super zware opdracht dus. Het bestuur heeft toen in haar wijsheid besloten een ‘stuurgroep’ in het leven te roepen, die dit allemaal moest uitwerken. Mede vanwege mijn rol in de schoolleiding van de Maria Goretti en mijn werkzaamheden in die ministeriele adviesgroep werd mij gevraagd zitting te nemen in deze stuurgroep.

Vrijwel direct daarop diende zich nog een derde opgave aan: doordat er nu in Volendam een brede scholengemeenschap zou komen, werd de uitstroom van Volendamse kinderen naar elders in de regio vermoedelijk beperkt. Hierdoor kwam met name het Waterlant College in Amsterdam in de problemen. Daar zouden klappen vallen in de vorm van ontslagen. Onze nieuwe school was moreel verplicht om overtollige docenten van het Waterlant over te nemen. Er moest dus één hecht docententeam gevormd worden uit drie groepen, die elkaar nog niet goed kenden.

In 1985 ging het Don Bosco College van start. Eerst nog in de oude gebouwen, maar mede dankzij handig manoeuvreren van het gemeentebestuur wat betreft de oude gebouwen – met name door wijlen wethouder Siem Veerman (Lut) – kwam al vrij snel daarna de nieuwbouw aan de Heideweg tot stand. Uiteraard kenden we wel startersproblemen, maar daar sloegen we ons doorheen. Het sterkste staaltje was het aaneen smeden van de vroegere separate docententeams. Er begon een superteam te ontstaan dat zich kon meten met landelijke niveaus.

De grootste krachtmeting die het Don Bosco College heeft moeten meemaken was de Nieuwjaarsramp van 1 januari 2001. Het waren voornamelijk leerlingen van onze school, die daarbij lichter, zwaarder tot zeer zwaar gewond raakten, ja zelfs overleden. Geen enkele school in Nederland had dit eerder meegemaakt. In eerste instantie kregen we ‘professionele hulp’ van buiten, maar uiteindelijk hebben we met ons eigen team en onze leerlingen alles zo goed mogelijk kunnen verwerken. En hopelijk zijn we met al onze fouten en tekortkomingen er toch in geslaagd om weer continuïteit in het schoolleven te krijgen. Hierbij nog een compliment aan oud-leerlingen, die een hulpprogramma startten en brandslachtoffers hielpen om de achterstand in de aanloop naar de eindexamens in te halen. Geweldig!! Ik denk dat we door alle aandacht in de regio en de wijze waarop de school uit de put kroop, een flinke toeloop hebben gekregen van leerlingen van buiten Volendam.

Ik heb me wel eens afgevraagd of we toen al niet te groot werden. We groeiden van ca. 1100 naar tegen de 1700 leerlingen. In het laatste jaar voor mijn pensioen zag ik daar de problemen van komen: door de massaliteit ontstond een gebrek aan overzicht op de orde. Ook bemerkte ik bij de grote instroom van nieuwe docenten soms wat te weinig ondersteuning op onderwijskundig vlak. Ik ergerde me eraan dat het ‘uit de klas sturen’ af en toe meer regel dan uitzondering was. De woorden van Jezus ‘laat de kindertjes tot mij komen’ werden verkeerd uitgelegd door ze ‘weg te sturen’. In 2008 ging ik met pensioen en kon me helemaal op zee uitleven. Dat nam niet weg, dat het wel en wee van de school me toch bleef interesseren.

Ondertussen werd bouwkundig ingespeeld op die massaliteit en werden er voor grote sommen geld nieuwe lokalen en ‘groot-keukens’ bijgebouwd. Die eerste uitbreiding was nog te verantwoorden. De uitbreidingen daarna niet meer. De prognoses gaven daarvoor geen betrouwbare onderbouwing. Er werd denk ik, te weinig rekening gehouden met het in de toekomst teruglopend aantal aanmeldingen. Een voormalig en/of huidig bestuur had toch aan de hand van de geboortecijfers enige terughoudendheid kunnen betrachten, temeer daar in de nabijheid van de school tijdelijke huisvesting mogelijk was in overtollige basisschoollokalen. Maar niet alleen de geboortecijfers liepen terug, dat gold ook voor de eindexamencijfers en de slagingspercentages. En juist dat is voor een school dodelijk.

De roem van elke school is af te lezen aan de scores van ‘slagen’, afgezet tegenover het landelijk en regionaal gemiddelde. Het Don Bosco College zakte terug. Er werden zelfs gepensioneerde leerkrachten teruggehaald om zittende collega’s te ondersteunen. Kortom de school begon in nood te verkeren. De redding zou dus komen met de komst van mevrouw Margareth Runderkamp. Ook al was ik met pensioen, toch volgde ik de ontwikkelingen met veel interesse; mijn onderwijsbloed kroop waar het niet gaan kon. Tot en met haar ‘Openbaringen’, van vorige week, voornamelijk bestaande uit managementjargon, op eenvoudige lieden als ik overkomend als abacadabra. Maar één zinnetje greep mij dusdanig aan, dat ik nu in de pen ben geklommen, in plaats van in de mast van de VD 10.

Mevrouw Runderkamp trad anderhalf jaar terug aan om orde op zaken te stellen. Althans, dat was de verwachting. De realiteit is helaas anders. Zij heeft zich sindsdien binnen en buiten het onderwijs – en dan met name op het DBC – vooral onderscheiden als iemand die over dictatoriale kwaliteiten beschikt. Volgens mij is de belangrijkste zin in haar gewraakte artikel van vorige week namelijk: ‘’Ik zie wel eens dat leerkrachten huiverig zijn, wanneer ik binnenkom”. Nou dat is niet voor niets en het zegt genoeg. Zoals eerder in de Nivo beschreven heeft mevrouw Margareth voor grote onrust onder de teams en ook onder de ouders gezorgd.

Binnen het personeel heeft zij goede krachten als Johan Molenaar en John Laagland weg willen zuiveren, wat deels is gelukt. Het toppunt kwam enkele weken geleden met het afserveren van DBC-rector Jaap Braakman. Jaap heeft met name in de periode van de brand uitermate veel en goed werk verzet, om de continuïteit van de school en de ondersteuning van de leerlingen te waarborgen. Een deel van zijn koninklijke onderscheiding heeft hij daarmee verdiend. Om hem nu te ‘demoveren’ van rector naar ‘zorgcoördinator’ is beneden alle waardigheid. Als Jaap in de ogen van de bestuurder en ook de Raad van Toezicht te licht bevonden is om de huidige problemen op te lossen, dan was daar vast een charmantere oplossing voor te bedenken geweest.

Door al deze ingrepen is er binnen het onderwijskundig en ondersteunend personeel een ware angstcultuur ontstaan, die zijn weerslag vindt in het vertrek van zittende docenten, die voor de bui uit een beter onderkomen zoeken. Als gevolg van het teruglopen van de kwaliteit van de school was het ook al merkbaar, dat veel ouders hun kinderen buiten de regio inschreven. Dit zorgwekkende verschijnsel zal alleen maar toenemen door de onrust binnen de school.

Hoe heeft mevrouw Runderkamp die dictatoriale macht kunnen opbouwen? Ik moet hierbij gelijk denken aan het beroemde verhaal van Damocles. Deze jonge man was uit de kast gekomen en wilde van zijn ‘bijslaap’ Dionysius, de tiran van Syracuse, gedaan krijgen dat hij ook eens een dag op de troon mocht zitten. Toen hij de voorwaarde hoorde, een zwaard aan een paardenhaar boven zijn hoofd, bedankte hij voor de eer.

Wat heeft dat nu met mevrouw Runderkamp te maken? Door de zittende Raad van Toezicht terug te brengen van 7 naar 5 toezichthouders, heeft zij de paardenhaar verwisseld voor een staaldraad. Haar macht op de ‘bestuurstroon’ neemt toe naarmate het toezicht vermindert. Na wat huiswerk en het aanboren van enkele zeer betrouwbare bronnen leerde ik dat van het bestuur de meeste leden eigenlijk al ‘over de datum’ zijn.
•Edwin Schokker hoort per direct af te treden, omdat hij al meer dan 8 jaar zitting heeft.
•Cor Tol, die ik overigens ontzettend hoog heb zitten vanwege zijn uitermate grote verdiensten voor de school, de EHBO en de voetbal, mag eigenlijk geen bestuurslid zijn, vanwege verstrengeling van belangen, zoals zijn drukkerij die min of meer zelfstandig functioneert en vanwege het feit dat zijn zoon ook in dienst is van de SKOV.
•Petra Kras mag ook vanwege belangenverstrengeling geen lid van het bestuur zijn. Haar echtgenoot en zus werken ook voor de SKOV. Bovendien loopt op 20 juni a.s. haar termijn af
•Erik Bond; ook dit bestuurslid heeft op 20 juni a.s. zijn termijn volgemaakt.
•Hans Schoorl heeft ook last van verstrengeling van belangen, omdat er een zakelijke binding tussen de SKOV en de EHBO-vereniging St. Willibrordus bestaat.
•Inger Schermer, de vroegere rector, trad direct na haar pensioen toe als toezichthoudend bestuurslid – wat trouwens ingaat tegen de regels voor de ‘governance’ in het onderwijs – en zij oordeelde daarmee onder andere over het afserveren van Jaap Braakman, haar opvolger nota bene. Als zij het niet eens was geweest met deze beslissing, had ze haar zetel kunnen opgeven. Dat heeft ze tot dusver niet gedaan, dus mag ik aannemen dat zij heeft ingestemd met de vernedering van Jaap. Qua zittingsduur is ze nog niet aan de beurt om terug te treden.
Na deze uitleg over personele strapatsen van mevrouw Runderkamp wil ik het nog even hebben over haar financiële aantekeningen van vorige week. Zij stelt in de laatste kolom dat de SKOV € 5 miljoen aan reserves heeft, die ter vrije besteding zijn en daarnaast € 19 miljoen aan reserves, die bestemd zijn voor het onderwijs. Zij deelt mee dat die € 5 miljoen is voortgekomen uit rente-opbrengsten van beleggingen en dat die € 19 miljoen is overgehouden van niet uitgegeven overheidssubsidies voor het onderwijskundig ‘bedrijf’.
Dat ligt toch even anders. Van die € 19 miljoen is namelijk € 10 miljoen, door deskundig financieel beleid in het verleden, eveneens voortgekomen uit beleggingsopbrengsten. Mevrouw Runderkamp wekt de indruk, dat er destijds € 19 miljoen opzettelijk niet is uitgegeven aan het onderwijs. Als er geen rente-beleggingsopbrengsten over het beheer van de onderwijssubsidies zouden zijn geweest, dan zouden de vrije reserves van de basisscholen en het DBC samen inderdaad slechts € 5 miljoen hebben bedragen. In werkelijkheid is het echter zo dat in de jaren dat er sprake was van een vrijwilligersbestuur, de kosten voor administratie en beheer lager waren dan de rijksvergoeding. Daardoor kon er extra geld aan het onderwijs worden besteed. Door de opzet van een zwaar opgetuigde bestuursorganisatie onthoudt mevrouw Runderkamp nu echter jaarlijks een slordige €1 miljoen aan de besteding voor het onderwijs.

Ze is er mijns inziens wel degelijk van op de hoogte dat de rente-beleggingsopbrengsten € 15 miljoen hebben bedragen. Maar zij verzwijgt € 10 miljoen om haar handen vrij te hebben voor de besteding van de in haar ogen overtollige reserves, bijvoorbeeld ter bekostiging van een in haar visie ‘broodnodige’ topzware organisatiestructuur. Met die reserves zou het bestuur echter ook tot in lengte van jaren ruimhartig kunnen handelen bij het beschikbaar stellen van extra gelden voor het onderwijs in zijn geheel. En het geld kan ook worden aangewend door niet zo krampachtig om te gaan met de door te voeren bezuinigingen ten gevolge van de inkrimping van het DBC.

Waarom nu deze reactie van mij? Net als met de restauratie en het in de vaart houden van de VD10 heb ik aan de vorming, de continuïteit en de kwaliteit van het Don Bosco College veel energie en liefde besteed. Nu ik zo oud geworden ben, roept iedereen om me heen ‘loslaten’. Dat kan ik moeilijk. Daarom ben ik na de verkoop van de VD10 toch als schipper aan het roer gebleven en bezie ik ook met grote aandacht het wel en wee van het onderwijs in het algemeen en het Don Bosco College in het bijzonder, met als onderliggende drive om zowel het schip de VD 10 als die school voor Volendam te behouden. Daarbij staat een koers zoals mevrouw Runderkamp die vaart en kennelijk wil voortzetten in de weg.

Daarom wil ik haar vragen per direct het roer uit handen te geven en met haar afmonstering de verdere teloorgang van onze prachtige onderwijsvoorziening(en) te voorkomen.

     

Totaal aantal reacties: 212

Geregistreerd 2014-02-03

PM

Inmiddels heeft GW zonder censuur toe te passen het hele artikel van Jos Koenen van de NIVO overgenomen. Raar!